| De Nederlandse Kfor-militairen in Orahovac noemen hun missie geslaagd, maar de drieduizend Serviërs en zigeuners die nog in de stad leven zien het anders. Al een half jaar zitten ze opgesloten in een getto, omringd door een uiterst vijandige Albanese meerderheid. Drie Servische vrouwen uit Orahovac laten in het Nederlandse dagblad Trouw weinig heel van het 'succes' van de internationale troepenmacht in Kosovo. 'Kunnen kinderen oorlogsmisdadigers zijn?' Abe de Vries BELGRADO - Hoe eerder de Nederlandse Gele Rijders uit Orahovac verdwijnen, hoe beter. ,,Ze zijn erger dan de Duitsers'', zegt Mirjana. ,,De soldaten vallen wel mee, maar de officieren zijn vreselijk'', volgens Natasha. ,,Ze zeggen zelf dat ze er alleen zijn voor de Albanezen, niet voor de Serviërs'', weet Simka. Drie vrouwen uit Orahovac, die er tot voor kort woonden of er familie hebben. Dit is hun verhaal over de stad, een verhaal dat lijnrecht staat tegenover dat van de commandant van de Gele Rijders, luitenant-kolonel Tony van Loon (Trouw, 11 november). De Nederlandse artillerie-afdeling wordt binnenkort afgelost. De vrouwen hebben het interview met Van Loon gelezen. In hun ogen kunnen de Gele Rijders nergens met tevredenheid op terug kijken. 'Meneer', begint een open brief die het Humanitaire Comité van Vrouwen uit Orahovac onlangs heeft opgesteld, 'u hebt van Orahovac een proefstation gemaakt waar de Serviërs gedwongen zijn te blijven. Ze zijn gevangen in een getto en kunnen niet vertrekken, omdat u voorwendt hen geen bescherming te kunnen geven. Dat is niet iets waar u trots op zou moeten zijn. U kunt Kosovo niet verlaten met een rein geweten. Het op deze manier gevangen houden van de Serviërs levert hen over aan de genade van terroristen. Als dit een multi-etnische samenleving moet opleveren, dan is dat dezelfde soort samenleving die bestond in Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog.' In Orahovac leven 2500 Serviërs en vijfhonderd zigeuners onder erbarmelijke omstandigheden. Ze zitten opeengepakt in een paar straten, die met Kfor-checkpoints zijn afgesloten van de uiterst vijandige Albanese meerderheid in de rest van de stad. Allemaal willen ze naar Servië of Montenegro. Er is maar één reden dat ze nog in Orahovac zijn: omdat de Nederlanders hun veiligheid niet willen garanderen als ze zich buiten het getto begeven. De Gele Rijders zijn op zoek naar mogelijke oorlogsmisdadigers onder de Serviërs. Veel mannen zijn bang dat ze op een door het UCK opgestelde geheime lijst van verdachten staan, dus blijven ze waar ze zijn. Mirjana (36), Natasha (27) en Simka (35) kunnen moeilijk geloven dat de Servische politie honderden Albanese burgers in Orahovac en de omliggende dorpen heeft vermoord. Volgens de Gele Rijders hebben Servische politie-reservisten afkomstig uit de streek misschien wel duizend Albanezen in koelen bloede doodgeschoten. Tot nu toe zijn op verschillende plekken in totaal rond de vierhonderd lichamen gevonden. Natasha: ,,Het was oorlog. Het UCK viel het leger en de politie aan, en die zeiden niet: 'O kom, schiet ons alsjeblieft dood'. Ik was in Orahovac toen de oorlog begon. Het was een psychologisch onhoudbare situatie. Terwijl we door de Navo vanuit de lucht werden bestookt, liepen de terroristen geüniformeerd in de stad rond. Iedere dag werden in Orahovac en de dorpen Serviërs vermoord.' Mirjana: 'Misschien zijn een aantal gevonden lijken van Serviërs. Dorpen in de buurt als Velika Hoca, Retimlje, Zociste en Opterusa waren overwegend Servisch. Alleen al vorig jaar zijn in Retimlje dertig Serviërs vermoord. Waar zijn de Servische lijken?' Simka: 'Er zijn veel verhalen. Het is de haat die de Albanezen tegen de Servische politie hebben.' Natasha: 'Stel dat er Serviërs zijn die zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Dan zitten ze echt niet in Orahovac te wachten tot Kfor hen komt arresteren. Degenen die misschien inderdaad iets hebben misdaan zitten al lang en breed ergens anders.' Mirjana: ,,Mijn man was directeur van het kadaster. Als hij was gebleven, was hij waarschijnlijk ook beschouwd als oorlogsmisdadiger. Hij is geen nationalist. Hij heeft een paar Albanezen ontslagen omdat ze niet goed werkten.'' De vrouwen kunnen niet begrijpen dat Kfor de kinderen niet wil laten gaan. Tot nu toe is er één konvooi geweest van 155 Serviërs die de stad mochten verlaten. Nadat de colonne, begeleid door Nederlandse Kfor-militairen, in Pec werd aangevallen door een grote groep Albanezen, heeft de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR de humanitaire evacuaties in Kosovo voorlopig stilgelegd. Natasha en Simka hebben beiden verschillende keren geprobeerd de kinderen van hun familieleden mee naar Servië te nemen. Tevergeefs. ,,Kunnen kinderen ook oorlogsmisdadigers zijn?'', vraagt Natasja. ,,Ik heb gehuild en geschreeuwd'', zegt Simka. ,,Maar die Nederlandse officier stond daar maar en keek als door een masker. Hij toonde geen enkele emotie. Niks. Het mocht niet.'' Simka is net terug van een bezoek aan Orahovac. Volgens haar is de situatie erger dan een paar weken geleden. Regelmatig valt dagenlang de stroom uit, zegt ze. De Serviërs kunnen geen eten kopen in de Albanese winkels. Ze zijn afhankelijk van hulporganisaties. De Albanezen blokkeren de weg naar Pristina om de komst van een Russisch bataljon tegen te houden (dat in de Kfor-plannen de Gele Rijders moet aflossen), dus is er aan alles tekort. Simka: ,,Nu de winter komt, zijn ze in paniek. Ze zijn bang dat iedereen hen vergeet. Ze kunnen nu nog naar Velika Hoca rijden, waar veel Serviërs wonen, maar die weg is slecht en in de winter wordt daar de sneeuw niet geruimd. Dan zitten ze helemaal vast.'' Op bezoek komen in Orahovac kan alleen onder begeleiding van Kfor. Nog dezelfde dag moet de visite terug. De Serviërs mogen via het Internationale Rode Kruis allemaal één keer per maand één minuut met een satelliet-telefoon bellen. Volgens de vrouwen worden de gesprekken afgeluisterd. Mirjana: ,,De verbinding wordt verbroken als ze iets slechts zeggen over het leven daar.'' Post kan worden afgegeven bij het Rode Kruis, maar de brieven worden gecensureerd. Verwanten in Servië krijgen brieven thuisbezorgd met dikke zwarte viltstiftstrepen. Na de komst van de Nederlanders zijn er volgens de vrouwen meer dan twintig Serviërs uit Orahovac door het UCK ontvoerd en 136 huizen van Serviërs in brand gestoken. Een van de ontvoerden is de man van een tolk die voor de Gele Rijders heeft gewerkt. In geen enkel geval hebben de militairen een diepgaand onderzoek ingesteld, laat staan dat ze een ontvoerde wisten terug te brengen, zegt Simka. In 1998 zijn ongeveer vijftig Serviërs ontvoerd, van wie niets meer is vernomen. Ze vraagt waarom de Nederlanders, die elf van oorlogsmisdaden verdachte Serviërs hebben gearresteerd, nooit een Albanees oppakken wegens oorlogsmisdaden. De Albanees Ismet Tara is de UCK-commandant van Orahovac. Hij zou de grootste boosdoener zijn. Simka: ,,Zijn oom stond in 1941 bekend als de ergste fascist van de stad. Dat heeft mijn oom, die partizaan was, me verteld.'' Mirjana noemt Sebajdin Cena, haar leraar Albanees op de middelbare school. ,,Ik was met mijn ouders op zijn bruiloft. Mijn vader heeft hem nota bene zijn eerste baan bezorgd. Hij is herkend als een van de leiders van de ontvoeringen vorig jaar.'' De Nederlandse militairen, concluderen de vrouwen, zijn partijdig, anti-Servisch en ondernemen niets om de situatie voor de Serviërs in Orahovac te verbeteren. Natasja: ,,Men hen was elke dag erger dan de dag ervoor.'' Mirjana: ,,Ik denk niet dat Van Loon ooit nog rustig kan slapen.'' Simka: ,,Zij kwamen hier omdat de mensenrechten werden geschonden. Nu gebeurt al vijf maanden precies hetzelfde.'' |