Redt de Families van Orahovac!

Interview met 3 heldinnen en een oproep tot actie.

"Veel mensen over de hele wereld hebben geprotesteerd tegen de bombardementen op JoegoslaviŽ. Maar nu, na de beŽindiging van de bombardementen, zijn wij in JoegoslaviŽ pas echt in de hel beland. Sommige ServiŽrs, Roma, Joden en anderen worden Kosovo uitgejaagd, sommigen verdwijnen, sommigen worden vermoord door mensen waar de NAVO geen controle over heeft. Anderen, zoals de ServiŽrs en Roma van Orahovac, worden gevangen gehouden in een "nieuw Warschau-getto." (Uitspraak van Cedomir Prlincevic, President van de Joodse gemeenschap in Kosovo, verdreven door het U«K en de NAVO). "Het was een afschuwelijk tafereel, huilende kinderen, wij vrouwen die probeerden KFOR (dwz NAVO officieren) te overtuigen. De Nederlandse commandant schreeuwde: "GENOEG! Alleen diegenen die gekomen waren moeten in de truck en de kinderen moeten terug naar waar zij vandaan komen." Er werd dus meer gehuild en de vrouwen huilden en hij schreeuwde: "GENOEG!" We vertrokken dus, maar de kinderen werden gedwongen om terug te keren naar Orahovac." (Natasha, hieronder geÔnterviewd.) Onderstaand vindt u drie interviews met leden van het 'Humanitair Vrouwen Comitť voor Orahovac'. Deze vrouwen hebben tegen beter weten in geprobeerd hun familieleden te redden uit een nachtmerrie die zich niet leent voor een verkorte weergave: u moet de interviews lezen om te kunnen begrijpen welke afgrijselijke dingen de NAVO (KFOR) heeft gedaan. Op 28 oktober hebben Nico Varkevisser van centrum LINX Internationaal, Cedomir Prelincevic, joods leider en vluchteling uit Pristina, en Jared Israel van Emperors Cloths gesproken met leden van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie van het Nederlandse parlement. Sommigen waren aangedaan; ten minste een iemand (een christen-democraat) wilde simpelweg niets horen over Orahovac. De Nederlandse regering begint nu pas te beseffen dat Orahovac een nachtmerrie is; dit schandaal bedreigt haar legitimiteit. Leest u alstublieft de interviews. Zie wat de NAVO doet IN ONZE NAAM. Interview met drie heldinnen Jared Israel was de interviewer. Peter Makara vertaalde. Ook is een samenvatting opgenomen van "Naar Kosovo en Terug" van Zoran, een Servische diplomaat die door een maand geleden door Kosovo reisde. Zijn complete verslag kan worden gelezen op: http://www.europa.com/~shinos/emperors-clothes/articles/zoran/&back.htm

INTERVIEW #1 - NATASHA

De eerste geÔnterviewde vrouw is Natasha, 27 jaar. Geboren in Orahovac, studeerde zij in Belgrado tot December 1998 en keerde toen naar huis terug. In Augustus 1999 ontsnapte zij uit Orahovac. Natasha zegt dat 3000 ServiŽrs zich nog altijd in de stad bevinden. Toen het Joegoslavische leger zich in Juni terugtrok en de KFOR (NAVO) bezettingsmacht arriveerde: Natasha: "Misschien vertrokken er 1000 of meer ServiŽrs. Orahovac is uniek en daarom bleven velen; ook omdat ze dachten dat KFOR hun veiligheid zou garanderen. Toen duidelijk werd dat de zaken zo niet zouden gaan, wilden velen vertrekken, maar dat werd hen niet toegestaan. Naast de ServiŽrs bleven ook nog een 500-1000 Roma, of zigeuners".

WAAROM DE MEESTE SERVIERS IN ORAHOVAC BLEVEN

Natasha: "Vanaf April werden onze telefoonlijnen alsook de Servische radio en TV afgesloten, dankzij de NAVO-bombardementen. We hadden weinig informatie over wat er gaande was in de rest van het land. We hoorden dat na de ondertekening van het Vredesakkoord in Juni er een enorme exodus van ServiŽrs uit Prizren en andere plaatsen op gang gekomen was, maar wij konden dat niet controleren en vroegen ons af of het wel waar was. Ondertussen werd ons door de westerse media constant voorgehouden dat onze veiligheid gegarandeerd zou zijn - bijvoorbeeld door de Voice of America, die we via een satellietverbinding ontvingen. Ze gebruikten slogans over een multi-ethnische, multi-culturele samenleving en hun democratie en beloofden als eerste het UCK te ontwapenen en dan hun wetgeving in te voeren." "De ochtend voordat KFOR arriveerde, vond er een gesprek plaats tussen haar vertegenwoordigers en de burgemeester, een ServiŽr, en met andere ServiŽrs waaronder het hoofd van de wijngaard. KFOR zei dat binnen ongeveer twee dagen het leven zou zijn genormaliseerd. De volgende dag brandden onze huizen."

MET KFOR KOMT DE TERREUR VAN HET U«K

Natasha: "Met KFOR, kwam het UCK. Dezelfde dag. Sommige buren verschenen in uniformen van het UCK. We waren doodsbang. Opeens voelden wij ons niet meer veilig [in het gemengde deel van Orahovac] dus vertrokken we naar het Servische gedeelte. "Toen we vertrokken, brandden er al Servische huizen. KFOR deed niets. We protesteerden; zei zeiden dat ze niet genoeg mensen hadden. Versterkingen zouden snel komen maar de situatie bleef zo een maand lang. Meer dan honderd huizen werden in brand gestoken. En ze roofden alles wat los en vast zat. Huizen van enkele "zigeuners" (Roma) werden ook in brand gestoken. Vijfentwintig mensen die in het gemengde deel waren gebleven, werden gekidnapt en ook hun huizen werden in brand gestoken." "Langzaam realiseerden wij ons dat het een grote fout was om niet te vertrekken. Elke dag kwam KFOR met nieuwe verontschuldigingen waarom men ons niet kon beschermen. Zij zeiden: we kunnen geen bewaker voor elk huis plaatsen. We kunnen niet elke ServiŽr een bewaker geven." "De controlepost van KFOR ligt vlakbij het getto. KFOR bewaakt de in- en uitgang van het Servische gebied. Ook zijn er barricades die door de Albanezen zijn opgericht. Eerst stuit je op KFOR en dan op de Albanese barricades. KFOR heeft tenten ter beschikking gesteld voor de Albanezen die de barricades bemannen. En ook legden zij bedrading aan zodat er stroom in de tenten is." [In een artikel in Emperors-Clothes meldt Zoran dat "Albanese wegversperringen buiten Orahovac voormalige Duits-Nederlandse bewapende controleposten waren. Ik kan mij niet voorstellen dat de Albanezen deze posities hebben overgenomen zonder toestemming van KFOR. Het organiserend comitť bij de versperringen is bewapend. Zwaardere wapens bevinden zich in honderden tenten die staan opgesteld rond de barricades - zogenaamd voor de vrouwen en kinderen. Gespierde mannen in trainingspakken patrouilleren op de plek en dragen wapens onder hun jassen."]

OMSTANDIGHEDEN IN HET GHETTO

Natasha: "We worden in deze Servische enclave vastgehouden. Mijn ouders mogen op straat komen maar dat is gevaarlijk; twee mensen raakten gewond alleen maar omdat zij hun huis hadden verlaten. Zij die geprobeerd hebben om te ontsnappen, zijn gewoonweg verdwenen." "Er bestaat geen telefonische verbinding met Belgrado. Voedsel is van humanitaire hulpverlening afkomstig. Een "zigeuner" probeerde voedsel van het Albanese naar het Servische gedeelte te vervoeren; enkele Albanese extremisten vertelden hem: "Geen voedsel voor de ServiŽrs!" In het begin stuurden we een Albanees kind om dingen voor ons te kopen. Maar het werd in elkaar geslagen en kreeg te horen: niet meer doen!' "Het getto is 400 bij 400 meter groot. Water is er sporadisch: eens per drie dagen of twee tot drie uur lang." "Tijdens de eerste dagen waren er veel verslaggevers. Later werden het er minder; ik sprak tweemal met een journalist van Reuters. De tweede keer vertelde hij dat het eerste interview gecensureerd was en geschrapt." [Zoran meldt: "De eerste dagen na de komst van KFOR, werden 5 ServiŽrs uit Orahovac vermoord en10 ontvoerd onder toeziend oog van de Duitse troepen. ServiŽrs is het zelfs niet toegestaan om naar de markt of de kruidenier vijftig meter verderop te gaan. De omvangrijke zigeunerbevolking, lijdt evenveel als de ServiŽ."] Natasha: "Het enige dat KFOR deed, was het organiseren van een lading brood voor het Servische deel, daar waren ze zeer trots op. We zien KFOR alleen op straat; er zijn geen bijeenkomsten. De Albanezen maken de dienst uit. Zij namen alles in bezit. Af en toe zijn er KFOR-patrouilles, maar het hoofdkwartier bevindt zich in het Albanese gedeelte." [Zoran meldt: "In Orahovac zelf is het vroegere politie bureau omgedoopt tot hoofdkwartier van het U«K. Een plaatselijke commandant, de man die hier de dienst uitmaakt, is een massamoordenaar, hij heet Ismet Hara en verantwoordelijk voor de ontvoeringen van vorig jaar en brute moorden op meer dan 60 burgers van Orahovac (De lichamen van de meeste zijn nog steeds spoorloos), enkelen van hem - naar met waarschijnlijkheid wordt aangenomen - zijn persoonlijk door hem geŽxecuteerd. "ServiŽrs zeggen dat zij veel plaatselijke Albanezen herkennen onder de rangen van de Duitse KFOR. Waarschijnlijk leden van het U«K die in AlbaniŽ zijn gerekruteerd. KFOR ontkent dit. Persoonlijk heb ik U«K-commandanten met hun escortes - allen [illegaal] bewapend - KFOR bases zien binnengaan met KFOR identiteitspapieren en er was nooit sprake van enig oponthoud."]

HET SLACHTOFFER UIT DE KAKEN BEVRIJDEN

[Zoran meldt: "Aan het begin van de KFOR/U«K bezetting, gaven Duits/Nederlandse Baklava Eenheden de plaatselijke ServiŽrs 24 uur de tijd om al hun wapens in te leveren. (het U«K kreeg hiervoor 3 maanden de tijd en de tijd loopt nog steeds) De naÔeve ServiŽrs gaven gehoor aan de eis. Enkele weken later gingen de Duits/Nederlandse troepen op klaarlichte dag de Servische wijk in, vuurden enkele waarschuwingsschoten over de hoofden van de ServiŽrs die zich bij de kerk hadden verzameld en begonnen mensen uit hun huizen te sleuren. Servische getuigen verklaren dat mensen aan hun haren naar buiten werden gesleept terwijl ze geschopt werden. "De Duits/Nederlandse troepen arresteerden de Servische burgemeester en twee andere ServiŽrs, op beschuldiging van 'oorlogsmisdaden'. Er is geen enkel geloofwaardig bewijs voor deze beschuldiging, hoewel van Albanese zijde het gerucht is verspreid dat zich in de kelder van een huis documenten bevonden die belastend zijn voor de burgemeester."] Natasha: "Ja de arrestatie was spectaculair, plotsklaps. Ik hoorde dat KFOR maskers droeg. Ze arresteerden de dokter en de burgemeester [en een restauranteigenaar.] Zij beschuldigden hen van 'oorlogsmisdaden'. In totaal werden negen mensen aangehouden. De tweede groep van zes bestond uit gewone mensen. Ze hadden met het Internationale Rode Kruis samengewerkt dat ouderen en zieken wilde evacueren. De zes was te verstaan gegeven dat zij konden vertrekken. Toen arresteerde KFOR hen bij de controlepost." [Zoran meldt: "Via betrouwbare internationale bronnen ben ik te weten gekomen dat de arrestaties een poging zijn om deze mensen op te voeren als "belangrijke getuigen" in een geŽnsceneerd oorlogstribunaal tegen ServiŽrs, niet vanwege echt bewijs. Dit is de strategie: eerst de ServiŽrs isoleren, ze dan uitputten, ze er vervolgens uitschoppen - nadat de door Albanezen aangewezen 'oorlogsmisdadigers' er uit zijn gevist. Tot het einde komen ze met allerlei redenen om de laatst overgebleven Servische burgers vast te houden in dit monstrueuze nieuwe getto."]

VERHELDERENDE INCIDENTEN

Natasha: "De mensen die op de eerste dag het gemengde deel van de stad verlieten, hadden geen tijd om hun koffers of persoonlijke bezittingen te pakken. Zelfs niet hun persoonlijke documenten. Een lagere Duitse officier die vriendelijk en beleefd was voorzag ons van een gewapende escorte [Zodat we een aantal belangrijke dingen konden ophalen] en hielp zelf met de bagage. Maar snel daarna verdween hij; wij [ServiŽrs] hebben hem niet meer gezien. In een ander geval zag een gewone Nederlandse soldaat een Albanees uit een brandend huis rennen. De Nederlandse soldaat wilde op de brandstichter schieten, maar zijn officier hield hem tegen en ze maakten ruzie. We hebben ook de soldaat niet meer gezien. Hun algemene aanpak was om de samenstelling van de patrouilles door Servisch gebied constant te wisselen met de kennelijke bedoeling om te voorkomen dat de kontakten met de ServiŽrs te hartelijk werden."

GEROUTINEERDE BRUTALITEIT

Natasha: "In een ander geval stond een Servische vrouw op het punt om te bevallen. Zij wilde naar de kliniek van het ziekenhuis van Orahovac. Vanaf de komst van KFOR bestaat de complete staf van het ziekenhuis uit Albanezen. KFOR begeleidde haar naar het ziekenhuis waar gezegd werd dat het beter was om naar een ziekenhuis van de grotere stad Prizen te gaan. KFOR begeleidde haar naar Prizen. De bevalling verliep moeizaam en ten overstaan van KFOR zei het ziekenhuispersoneel dat zij tenminste 24 uur kon blijven. Maar op het moment dat KFOR vertrok, schopten ze haar de gang op. Zo verbracht zij de nacht met de baby op een bankje." [Noot: Natasha herinnert zich dat toen KFOR eindelijk terugkwam de een Servische vrouw zich beklaagde bij de Nederlandse dienstdoende officier over de behandeling. De Nederlandse officier antwoordde: 'Ze leeft toch, of niet? Waarom klagen?"]

NATASHA KEERT MET EEN KONVOOI TERUG IN ORAHOVAC

[NOOT: In Augustus was Natasha van Orahovac naar Belgrado gevlucht. Tezamen met andere vrouwen die familie in Orahovac hebben, zette zij de Joegoslavische regering onder druk om in te grijpen. De regering onderhandelde met KFOR om twee konvooien met vrouwen en een gewapende KFOR escorte naar Orahovac te laten gaan. Natasha nam deel aan de tweede reis. Na een kort bezoek moesten de vrouwen zich verzamelen bij de Servische orthodoxe kerk vanwaar KFOR hen naar de controlepost zou brengen.] Natasha: "Ik was drie uur op bezoek bij mijn ouders na een hele nacht reizen en pesterijen. Ik moest langer wachten bij de controlepost van KFOR dan ik bij mijn familie was. Na het bezoek verzamelde zich een menigte bij de kerk. Zij wilden hun kinderen uit Orahovac laten vertrekken. KFOR wilde geen scŤne en dus stonden zij toe dat de kinderen in de trucks stapten. Het was behoorlijk vol. Terug bij de controlepost werden wij vrouwen van de kinderen gescheiden. Ze hadden een lijst gemaakt van mensen die met het konvooi waren gekomen en zeiden dat deze mensen konden vertrekken maar dat de kinderen terug moesten [naar Orahovac]."

HEL

Natasha: "De kinderen begonnen te huilen; ze wilden met ons mee. We probeerden KFOR er van te overtuigen om de kinderen te laten gaan; zij zeiden dat als er ook maar e e n "extra" persoon vertrok, zij dan niet voor een escorte zouden zorgen. Intussen verzamelde zich al een groep Albanezen om ons heen, kennelijk om te kijken wat er aan de hand was. Het werd donker. De truc was dat KFOR ons alleen maar naar de bus zou brengen en vanaf daar zou het volledig onveilig zijn. Het was een afschuwelijk tafereel, huilende kinderen, wij vrouwen die probeerden KFOR te overtuigen. De Nederlandse commandant schreeuwde: GENOEG! Alleen diegenen die gekomen waren moeten in de truck en de kinderen moeten terug naar waar zij vandaan komen. Er werd dus meer gehuild en de vrouwen huilden en hij schreeuwde: GENOEG! We vertrokken dus, maar de kinderen werden gedwongen om terug te keren naar Orahovac."

INTERVIEW # 2 - Miriana

De vrouwen die Orahovac verlieten, gingen vervolgens naar Pristina, hoofdstad van de provincie Kosovo Miriana, de tweede geÔnterviewde, vertelde ons dat zes van de vrouwen een ontmoeting hadden met een Russische assistent van VN-chef Bernard Kouchener, wiens naam wordt uitgesproken als Ivancev. Na hun verhalen te hebben aanhoord zei hij naar Orahovac te willen om de situatie met eigen ogen te bekijken en dat zij met hem mee moesten komen. Miriana: "We vertelden hem dat het werkelijk als een concentratiekamp voelde en dat het verbazend was dat zoiets op de grens van de 21-ste eeuw mogelijk was. Elk vertelde haar eigen verhaal. Hij zei niet veel te weten over de ServiŽrs in Orahovac, hij was pas anderhalve maand op zijn post. Wij vertelden hem dat er feitelijk sprake is van een humanitaire ramp. Hij sprak verontschuldigend." "Hij schreef alles op wat wij zeiden en zou 's middags met Dhr. Kouchener praten en dan contact met ons opnemen. Wij gaven hem ons mobiele telefoonnummer en onze verblijfplaats. Hij beloofde te bellen. Hij hield woord en belde om 5 of zes uur op. Hij sprak met Aleksander, onze tolk en verontschuldigde zich voor het feit dat het vandaag dinsdag was en hij pas vrijdag kon vertrekken. Wij gingen akkoord met een ontmoeting op vrijdag, rond de middag bij het Turkse controlepost [in of bij Pristina]." Miriana meldt dat een Joegoslavische vertegenwoordiger in Pristina, Mr. Tomovich, met KFOR zou onderhandelen over een gewapende escorte en medische verzorging.

AFSCHUWELIJKE OMSTANDIGHEDEN IN PRISTINA

Miriana: "We verbleven in het Servische 'Centrum voor Vrede en Tolerantie'. De omstandigheden waren afschuwelijk. We hadden geen plek om te slapen. Geen water, stroom of voedsel. Het was echt moeilijk, maar we dachten steeds aan onze families in Orahovac dus wachtten wij op vrijdag om onze families weer te zien en te proberen hen te helpen. Recht tegenover het 'Centrum' waren winkeltjes met levensmiddelen. Maar we konden de straat niet oversteken en iets kopen omdat wij ServiŽrs zijn. Dus gaven wij de soldaten geld om dingen voor ons te kopen. Onze tolk en deze soldaten zouden de straat oversteken en wat spulletjes voor ons kopen."

KFOR VERANDERT VAN GEDACHTEN

Miriana: "Vier uur 's morgens hadden we water en maakten ons snel op om te vertrekken. 9:30 in de ochtend gingen we de tuin in om op de KFOR escorte te wachten. Twee Joegoslavische vertegenwoordigers wachtten samen met ons. Maar de escorte kwam niet. Het werd tien uur; elf uur; 11.30. We verloren alle hoop om om 12 uur bij de Turkse controlepost te zijn. Onze vertegenwoordiger [naam onverstaanbaar] zij dat het leek of de Duitse KFOR troepen [die in Orahovac het commando voeren] nu een getekend document van het Internationale Kruis wilden voordat wij naar Orahovac konden vertrekken." "We zagen dat er iets was misgelopen. Dus zeiden we tegen een Britse Kapitein, hij was in uniform, geef ons een escorte, laten we nu gaan. Dus die kerel, die we nu tussen miljoenen NAVO militairen zouden herkennen, ging naar het KFOR hoofdkwartier. Hij kwam terug en vroeg: 'Kunnen jullie misschien morgen teruggaan naar Orahovac maar met een escorte en een tolk. Als jullie akkoord gaan moeten jullie wel de orders van de Duitse commandant in Orahovac opvolgen. Alleen wij dus en een escorte. Alleen de vrouwen zonder zelfs een arts. We moesten om 8 uur komen en de orders van het Duitse commando strikt opvolgen. "Dus zeiden dat we zelfs op deze manier zouden gaan maar dat we een document wilden waarin de condities zouden zijn beschreven. De Britse officier zei: 'geen geschreven document'. We eisten het. Hij zei nee." "Nog een nacht. Toen duidelijk werd dat deze onderhandelingen zouden mislukken, zeiden we ok, geef ons een escorte en we gaan terug naar de rest van ServiŽ." Onmiddellijk zei hij ok en dat we binnen 45 minuten een escorte kregen. 'U moet begrijpen dat wij een document eisten zodat als wij zouden verdwijnen er in ieder geval een document bestond, dat er tenminste iets was. De bus die we gebruikten was uit ServiŽ afkomstig , met grote Cyrillische letters. Het leek er dus echt op dat wij zouden verdwijnen. Ze zouden het verhaal zo in elkaar kunnen zetten. Ze hadden geprobeerd om een reis te regelen met bescherming voor de vrouwen, maar deze hadden volgehouden om op eigen houtje te gaan, tegen de uitdrukkelijke wens van KFOR in en dat wat er gebeurd was buitengewoon betreurenswaardig is. Vanwege het verlangen van de Albanezen om revanche te nemen op de Servische onderdrukkers, etc., etc. Het was zo doorzichtig dat zelfs een kind het kan doorzien. We hadden gehoopt dat we op deze reis een aantal goede mensen onder de bezettingsmacht zouden tegenkomen. Maar we zagen dat die er niet zijn."

INTERVIEW #3: SIMCA

Simca woont al vele jaren in Belgrado maar heeft een sterke band met haar familie in Orahovac gehouden. Vaak belt ze en bezoekt ze hen. Simca: "Tot de negende April had ik contact via de telefoon. Daarna kon ik alleen maar raden wat er gebeurde. De verbinding tussen Belgrado en Pristina werkte bijna altijd, maar het gebied Metohija, richting AlbaniŽ, die lijnen waren dood. Tijdens de bombardementen hielden we contact via brieven; dat duurde steeds twintig dagen, soms een maand, maar we hielden contact. U moet begrijpen dat we sinds juni de Joegoslavische regering onder druk zetten om een bezoek te regelen." Simca was een van de twee vrouwen die deelnamen aan de eerste reis naar Orahovac. Simca: "Op deze reis waren slechts twee vrouwen van Orahovac. Ik was er een van. We hadden drie grote vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen. Toen we bij het Nederlandse controleposten in Orahovac aankwamen, zei de Nederlandse officier dat ťťn vrachtwagen kon doorrijden naar het Servische gedeelte, maar dat de vrouwen niet mee mochten. De vrachtwagens zouden worden uitgeladen om te zien wat erin zat en dan zou de tweede vrachtwagen mogen komen." "Ik was bang dat ik mijn familie helemaal niet te zien zou krijgen. Ik begon te huilen en smeekte een van de soldaten "Alstublieft, Alstublieft" en hij wuifde alleen maar met zijn hand en zei: "Ga terug naar de groep, terug naar de anderen." "Plotseling zag ik een man, dichtbij, een burger; hij was mijn Servische buurman en ik was verrast. Zijn gezicht lijkt misschien op dat van een Albanees. Ik zei: 'Kun jij hier zomaar rondlopen?' En hij zei: 'Oh, ze zijn een beetje in de war, ze denken dat ik een Albanees ben.' Dus hij kon zich vrij bewegen en ik vertelde hem, zeg alsjeblieft niet tegen mijn moeder dat ik hier ben. Mijn moeder heeft een hartkwaal. Ik wilde niet dat mijn buurman zou vertellen dat ik hier ben want als ik niet bij haar op bezoek zou kunnen, dan werd ze misschien ziek." "Als de Albanezen langs de controlepost willen, dan worden ze niet eens aangehouden. Ze zwaaien alleen maar naar KFOR en die zwaait terug. Alleen wij worden tegengehouden. De Albanezen klappen en schreeuwen 'NATO, NATO!' En de Nederlandse mensen zijn erg aardig tegen de Albanezen." "Mijn buurman luisterde niet naar mijn raad. Hij vertrok en vertelde alles aan mijn familie. En plotseling zag ik mijn broer en zus op me afkomen. De Nederlandse soldaten formeerden zich onmiddellijk op een rij en plaatsten een prikkeldraadversperring. Dus het was zo, ik, dan die soldaten, dan het prikkeldraad, en dan mijn broer en zus aan de andere kant van de barricade. Mijn broer en zus huilden." [Simca huilde toen ze sprak.] Simca: "Ik knielde en smeekte in het Engels: dit zijn mijn broer en zus, alstublieft, helpt u mij. En hij wuifde alleen met zijn hand en zei: 'Nein, Nein.' Het gebruik van het woord "Nein" bracht de interviewer in verwarring en er volgde een driegesprek tussen hem, de vertaler en Simca: Jared: "Is dat het Nederlandse woord voor 'Nee'? Dat is geen Nederlands woord." Simca: "Ik dacht dat als ik hem in het Engels zou aanspreken, dat hij dan in het Engels zou antwoorden, maar nee, hij zei: 'Nein Nein'. " Jared: "Maar dat is een duits woord." Simca: "Ik snap het verschil." Jared: "Maar hij is Nederlander." Vertaler: "Dat weet ze. Dat bedoelt ze nou juist." [Simca ging verder met haar verslag:] Simca: "Toen verscheen die 'vriend' van ons, die Nederlandse Majoor verscheen en ik vertelde hem dat dat mijn broer en zus zijn. Hij had wat mededogen en zei tegen de soldaten dat deze twee, mijn broer en zus, erdoor mochten. Dus ik kon toen mijn broer en zus omarmen. "Mijn broer laat nooit emoties zien. Ik heb hem op mijn vaders begrafenis niet zien huilen. Maar toen hij mij omhelsde huilde ook hij. Het was vreselijk. De anderen hoorden dat er iemand uit Belgrado was gekomen plotsklaps liepen ze allemaal naar de controlepost en dat was bepaald niet veilig." "Toen hij zoveel mensen zag komen, toen besliste die vriend van ons, die Nederlandse majoor, dat er wellicht een incident zou kunne plaatsvinden en dat het beter was om de vrouwen naar binnen te laten. Dus zo kwamen we naar binnen. Het is moeilijk met woorden te vatten wat er gebeurde. Mensen stonden om ons heen en vroegen: 'wat gebeurt er?' 'Zijn wij vergeten?' 'Hoe komen we hier weg?' Vragen, tranen en zorgen. Mijn moeder stond vijftien meter verderop, maar kon niet bij mij komen omdat de menigte te groot was. Ze keken naar ons alsof we van een andere planeet afkomstig zijn, alsof wij goden waren. Wanhopig raakten ze ons aan en vroegen van alles. Deze mensen krijgen geen kranten, hebben geen televisie; de telefoons doen het niet. Die Majoor, Ik smeekte hem om mijn zus en kinderen eruit te laten. En hij zei: 'nee! Alleen wie gekomen is, kan gaan'."

ZOEKMETHODEN VAN KFOR

Simca: "De procedure om binnen te komen was verbazingwekkend. Onze identiteitspapieren werden gefotografeerd. Een vrouw fouilleerde me. Ik moest mijn armen optillen en mijn benen spreiden en ze betastte me overal alsof ze naar wapens zocht. Net als in de film. Vooraf voelde ik me rot en daarna afschuwelijk. Eerst keken ze naar de auto, onder de zittingen, rondom en binnenin. Ze fotografeerden de documenten. Dan deden ze dat zoeken met hun handen over heel je lijf en dan bij de volgende persoon en ze geven je opdracht om aan de kant te blijven staan terwijl ze dat bij de volgende doen. Ik had koekjes en chocolaatjes voor de kinderen van mijn zus meegenomen en zij pletten die en keerden alles binnenste buiten." Simca mocht Orahovac slechts twee en een half uur bezoeken. Simca: "Toen we klaarstonden voor vertrek was er opeens een groot aantal jongeren, jongens en meisjes, allen met bagage. Ze kwamen meteen tevoorschijn met koffers; hetzelfde als wat er bij het tweede konvooi gebeurde. Ik heb niet veel tijd met mijn moeder doorgebracht, dat moet ik toegeven. Ik concentreerde me volledig op hoe ik mijn zus en haar kinderen kon redden. De jongste is twee." [De vertaler merkt op: "Dat is een Servische gewoonte, redt de jongere generatie. De ouderen kunnen gemist worden, als het erop aan komt." Het duurde even voor de interviewer deze opmerking begreep: de ServiŽrs hadden eerder dergelijke ervaringen."] Simca: "Toen we vertrokken vergewisten ze zich ervan dat de mensen gescheiden bleven. Wij waren met z'n tweeŽn, dan een rij soldaten, dan het prikkeldraad, een andere rij soldaten aan de andere kant. Dan vormde de Duitse politie, met haar rode baretten, een andere muur. We zouden om 5:30 vertrekken, maar het duurde tot 10:30. Het probleem was dat drie kinderen door de afzettingen waren geglipt en in een jeep van een ons begeleidende journalist waren geklommen. Deze journalist maakte ruzie met KFOR en eiste dat de meisjes mee mochten." "Meer en meer mensen kwamen vanuit de Servische sector naar de controlepost. Deze journalist zei dat hij niet toe zou staan dat ook maar een van de meisjes uit de jeep zou worden gehaald; KFOR zou hem moeten neerschieten. Dus de majoor, die al die mensen zag, waarschijnlijk bang voor problemen, liet de jeep vertrekken. Met de drie meisjes. Hij was erg boos. "OK, je kunt gaan. Maar je hebt de regels die we voor het eerste bezoek hadden afgesproken niet gerespecteerd!"

* * *

[In een later interview (31 Oktober), memoreerde Simca een gesprek met Dhr. Ivancev, de Russische assistent van VN-chef Kouchener, dat plaatsvond op 29 Oktober. Ivancev vertelde haar dat de ServiŽrs in Orahovac gegijzeld werden omdat de Albanezen KFOR een lijst met tenminste 2 oorlogsmisdadigers hadden gegeven.] Simca: "Ivancev zei, de oorlogsmisdadigers verstoppen zich tussen de ServiŽrs. Ik vroeg hem: en hoe zit dat dan met de kinderen? Waarom weigeren jullie al vier maanden lang om de kinderen te laten vertrekken? Hij keek beteuterd. 'Die vraag heb ik ook aan Dhr. Kouchener gesteld,' zei hij. En hij keek zo beteuterd dat ik bijna met hem te doen had."

ik bijna met hem te doen had."